Een tocht die de geschiedenis inging zonder winnaar
De Elfstedentocht van 14 februari 1956 staat in de annalen als een buitengewone editie. Niet vanwege barre weersomstandigheden of een bijzondere prestatie, maar vanwege een sportief incident dat tot op de dag van vandaag wordt nabesproken. Vijf koplopers kwamen aan in Leeuwarden: Jeen van den Berg, Anton Verhoeven, Aad de Koning, Maus Wijnhout en Jan van der Hoorn. Officieel werd echter geen enkele schaatser door de Vereniging De Friesche Elf Steden als winnaar uitgeroepen. De reden was even pijnlijk als simpel: het bestuur kwam erachter dat de vijf onderweg een onderlinge afspraak hadden gemaakt om gezamenlijk te finishen en de eer te delen. Zo'n pact paste niet bij het ideaal van een eerlijke wedstrijd en het bestuur weigerde de prijs uit te reiken. In de officiele lijst staat 1956 daarom als een editie zonder erkende winnaar, hoewel de tocht uiteraard wel volledig is verreden en duizenden toerrijders de eindstreep haalden.
De aanloop naar 14 februari 1956
Het was de eerste Elfstedentocht na 1954. Het ijs op de Friese vaarten en meren was na een koude periode in januari en begin februari hard genoeg verklaard door de rayonhoofden. Op de ochtend van 14 februari verzamelden zich duizenden schaatsers in Leeuwarden voor de start. De temperaturen waren stevig onder nul, maar er stond minder wind dan tijdens latere zware edities. De omstandigheden werden door deelnemers achteraf als pittig maar haalbaar omschreven. De route van bijna 200 kilometer langs de elf Friese steden lag er goed bij en de organisatie verwachtte een sportieve strijd in de wedstrijdkop. Anders dan in 1954 ging het in 1956 echter niet om de winnaar in de gebruikelijke zin van het woord.
Het pact van de vijf koplopers
Onderweg vormde zich een kopgroep van vijf renners die elkaar in evenwicht hielden. Jeen van den Berg, die ook in latere tochten een rol zou spelen, reed mee samen met Anton Verhoeven, Aad de Koning, Maus Wijnhout en Jan van der Hoorn. Volgens verschillende reconstructies maakten zij ergens op het traject de afspraak om niet meer onderling te demarreren, maar gezamenlijk en hand in hand de finish in Leeuwarden over te steken. In hun ogen was dat een gebaar van saamhorigheid na een lange, koude dag. Voor het bestuur van De Friesche Elf Steden was het iets anders: een wedstrijd hoort op sportieve wijze beslist te worden en een vooraf gemaakte deal druiste daar tegenin.
Geen prijsuitreiking en geen erkende winnaar
Na binnenkomst werd niemand op het podium gehesen. De gouden Elfstedenkruisjes voor de wedstrijdrijders werden wel uitgereikt aan de rijders die binnen de tijdslimiet waren, want dat was los van de finishvolgorde geregeld. Maar de eer die bij een Elfstedenwinnaar hoort, het noemen van een naam in de officiele lijst, bleef in 1956 leeg. Voor de betrokken rijders was dat een teleurstelling: zij hadden de tocht immers uitgereden en het podium gehaald, maar zonder erkenning. Jeen van den Berg zou in latere jaren nog vaak meedoen aan toer- en wedstrijdtochten. Voor de geschiedenis van de Elfstedentocht is 1956 vooral het jaar waarin het pact ter sprake komt zodra de discussie over sportiviteit en kopgroepen wordt gevoerd.
Wat 1956 zegt over de Elfstedentocht
De editie van 1956 toont hoezeer de Elfstedentocht meer is dan een gewone schaatswedstrijd. De tocht heeft zijn eigen normen, zijn eigen tradities en een organisatie die hecht aan eerlijkheid. Het was ook een waarschuwing voor latere edities: een Elfstedenwinnaar moet zijn overwinning op het ijs verdienen, niet aan de onderhandelingstafel. Pas in 1963 zou een nieuwe tocht volgen, en die zou onder totaal andere, helse omstandigheden plaatsvinden. Wie de complete reeks officiele Elfstedenwinnaars wil zien, vindt die terug in het overzicht van alle winnaars van 1909 tot 1997. Daarin staat 1956 nadrukkelijk vermeld als de editie zonder erkend eindklassement bij de wedstrijdrijders.