Een prins onder schuilnaam
In de toerrijdersuitslag van de Elfstedentocht van 1986 staat tussen de duizenden Friezen, Hollanders en gasten uit het buitenland een onopvallende naam: W.A. van Buren, startnummer 200. Achter dat pseudoniem ging de toen 18-jarige kroonprins Willem-Alexander schuil. Hij stond zoals elke andere toerrijder gewoon ingeschreven, droeg de gebruikelijke schaatskleding, kreeg zijn startbewijs en reed op 26 februari 1986 de bijna 200 kilometer door Friesland uit. De schuilnaam was bedoeld om mediadrukte tijdens de tocht zelf te voorkomen — niet om de deelname geheim te houden. Diezelfde dag werd in de uitzendingen en bulletins al bekend dat W.A. van Buren de kroonprins was, en bij de finish in Leeuwarden stonden zijn ouders, koningin Beatrix en prins Claus, hem op te wachten.
De naam Van Buren en het Oranjehuis
De schuilnaam Van Buren is geen toevallige keuze. Het is een van de erfelijke titels in het Huis Oranje-Nassau — graaf van Buren — en leden van de koninklijke familie gebruiken die naam al langer als pseudoniem bij gelegenheden waar ze niet als prins of prinses willen optreden. Voor de Elfstedentocht van 1986 koos het Koninklijk Huis voor deze constructie zodat Willem-Alexander als gewone toerrijder kon meedoen: geen voorrang bij de stempelposten, geen aparte begeleiding op het ijs, en wel binnen dezelfde tijdslimiet als alle andere deelnemers om het Elfstedenkruisje te verdienen. De naam was vooral een praktisch hulpmiddel — niet bedoeld om de deelname blijvend geheim te houden.
De tocht zelf: tussen koplopers en gewone schaatsers
Willem-Alexander startte niet bij de wedstrijdrijders maar in de toerrijdersgroep. Dat betekent dat hij in zijn eigen tempo kon reageren op het natuurijs, de wind en de wisselende kwaliteit van het traject. Berichten over zijn finishtijd lopen uiteen en zijn niet altijd officieel bevestigd. In meerdere bronnen wordt een tijd in de orde van rond de twaalf tot dertien uur genoemd, wat past bij een respectabele toerrijdersprestatie van iemand die getraind was maar geen marathonschaatser. Hoofdzaak voor de prins zelf was niet de tijd maar het uitrijden van de bijna 200 kilometer. Hij behaalde dat doel en kreeg, net als elke andere finisher, het Elfstedenkruisje als bewijs.
Het werd diezelfde dag bekend
Anders dan vaak wordt verondersteld bleef de deelname niet jarenlang geheim. Naarmate de dag vorderde sijpelde via radio en tv-nieuws door dat onder W.A. van Buren de kroonprins schuilging. Tegen de tijd dat hij Leeuwarden naderde, was het in heel Nederland bekend. Bij de finish wachtten koningin Beatrix en prins Claus hem op — een beeld dat in de avondjournaals te zien was. Voor het Koninklijk Huis paste die opzet bij een tijd waarin Willem-Alexander zelf naar buiten trad als een prins die zoveel mogelijk normale ervaringen wilde meemaken: studeren in Leiden, militaire dienst, internationale stages, en op deze dag dus ook een natuurijstocht uitrijden zonder dat de pers hem de hele rit zou begeleiden. Lees ook het bredere artikel over 1986 voor de wedstrijd zelf en het hele beeld van die dag.
W.A. van Buren in het collectieve geheugen
Het verhaal van W.A. van Buren is een van die anekdotes die elke nieuwe generatie hoort wanneer over de Elfstedentocht wordt verteld. Het verbindt het Friese natuurijs aan het koningshuis en geeft de tocht van 1986 een extra laag. Wie kijkt naar de geschiedenis van de tochten in 1985, 1986 en 1997, ziet dat 1986 zonder W.A. van Buren ook al een memorabele tocht zou zijn geweest met de tweede titel van Van Benthem. Met de prins erbij krijgt de tocht een symbolische lading: een toekomstige koning die op zijn 18de gewoon met de meute meeschaatste door Friesland en pas later kon vertellen dat hij erbij was geweest.